Eenzaamheid: zorgorganisaties roeien allemaal hun eigen kant op, zoekend naar oplossingen

08 nov 2018, 10:15 Nieuws
ada kuyvenhoven 1
Eline Ammeraal en Fabiënne van Laar

EDE - Daar zitten ze dan. De mensen die opkomen voor situaties zoals waar Ada Kuyvenhoven (77) zich ook in bevindt. Het is hoognodig dat het onderwerp aan bod komt, want in Gelderland is gemiddeld 46% van 65-plussers eenzaam (GGD). Objectieve cijfers die een harde realiteit weerspiegelen.

Tijdens de eenzaamheidsbijeenkomst georganiseerd door de zorgorganisatie Malkander, proberen de instellingen hun hoofd boven water te houden in deze grote getalen van eenzaamheid.

Tekst gaat na de video verder

De tafels staan U-vormig opgesteld. Het is koud in de kamer waar de bijeenkomst gehouden gaat worden. Er zijn via de mail uitnodigingen verzonden naar de 26 partnerinstellingen van Malkander, waarvan er nu 5 aanwezig zijn. Er staan witte kopjes koffie en thee op tafel en wanneer de laatste genodigde tien minuten later dan gepland binnenkomt, kan de vergadering van start gaan.

Het onderwerp wordt ingeleid door sociaal werker Chris Moes, die uitlegt wat de conclusies zijn van de afgelopen twee bijeenkomsten. Het is stil in het zaaltje. Wanneer er gevraagd wordt naar waarom iedereen bij de vergadering aanwezig is, beginnen ze allen met een lang betoog over eenzaamheid vanuit hun eigen werkveld. Met een gedeelde frons in het voorhoofd doen ze hun verhaal, de een wat enthousiaster dan de ander. Nog voordat het voorstelrondje is afgelopen, beginnen de aanwezigen al te discussiëren over wat het echte probleem achter eenzaamheid is.

Honderden organisaties

Vol liefde zijn de vijf mensen aan het werk om goede zorg te regelen voor de ouderen en ook de drie aanwezigen vanuit Malkander praten hierover graag mee. In Gelderland zijn er honderden organisaties die zich willen inzetten voor de senioren, maar toch is eenzaamheid nog steeds niet aangepakt. Na zovele jaren zitten er nog steeds mensen alleen thuis die om 9 uur ’s ochtends wakker worden en de tijd moeten uitzitten tot 9 uur ‘s avonds. Coba van de Putte van de vrijwilligersorganisatie de Zonnebloem: “Het aanbod is er, maar hoe breng je dit aan de man?”

Hier ligt een groot probleem. Samenlevingscoach Els Rietman: “De gemeente probeert senioren vaak online te bereiken met activiteiten, maar de doelgroep is vaak niet digitaal vaardig.” Van de Putte bevestigt deze stelling: “Bij De Zonnebloem zie je veel lichamelijke eenzaamheid, het lichamelijk niet in staat zijn om in je eentje ergens heen te kunnen gaan. Hierdoor komen ze bijvoorbeeld geen flyers tegen die in de supermarkten worden opgehangen. En een computer hebben ze niet, dus hoe komen ze te weten over activiteiten in de buurt?”

“Wie is er verantwoordelijk?”

“Is de gemeente niet verantwoordelijk voor het in kaart brengen van de 75- plussers?” vraagt Ries Beeuwkes zich af, eigenaar Beeuwkes Thuisservice en consultant voor innovatie in de zorg. Al snel vraagt iedereen zich af waarom de gemeente niet aanwezig is bij de bijeenkomst en laten ze kort hun onvrede horen over de verdere schamele opkomst. De lege stoelen worden beschuldigend aangekeken. Als de ouderen in kaart zouden worden gebracht zouden de senioren ook elkaar op kunnen zoeken, zodat ze minder afhankelijk zijn van inloopochtenden en andere evenementen. Ook is het handig om te weten hoeveel ouderen er in een gemeente wonen en welke wel of niet een mantelzorger heeft die voor hen kan zorgen.

Inmiddels zijn de kopjes leeg en vullen sommigen hun glas met wat water om hun keel mee te kunnen smeren. De organisaties laten elkaar amper uitpraten, zo graag willen ze allen hun eigen ervaringen delen. “Ouderen voelen een drempel om naar activiteiten te gaan.” “En zijn ze wel echt eenzaam, of denken wij dat alleen?” De ene probleemstelling is nog niet uitgesproken of de volgende komt alweer aan bod.

Gebrek overkoepeling

Het budget om eenzaamheid onder ouderen te verminderen is in de laatste jaren steeds kleiner geworden. De gemeente houdt de portemonnee goed gesloten, wat betekent dat de maatschappij op een originele manier eenzaamheid tegen moet gaan. Hierdoor gaan veel organisaties op eigen initiatief activiteiten organiseren. Hierbij is geen overkoepelende organisatie aanwezig die in de gaten houd of er geen overlappingen ontstaan tussen de aangeboden oplossingen.

Dit gebrek aan overkoepeling is goed terug te zien bij de organisaties die dit keer wel aan een tafel zitten. Het wiel wordt door elke organisatie opnieuw uitgevonden. Gerrit van der Laan, afdelingshoofd Sociaal Beheer en Leefbaarheid bij Woonstede, begint bijvoorbeeld over een concept van een nieuw initiatief bij Woonstede: “Er zijn twee categorieën die het eenzaamst zijn, dat zijn de jongeren en de 75+ers, waarom kunnen we dit niet combineren? Dan heb je twee vliegen in één klap. Wij zitten er zelf aan te denken om ouderen en jongeren bij elkaar te laten wonen, zodat ze elkaar ondersteuning kunnen bieden.” Een voorbeeld van een woonvorm die hier al op ingespeeld heeft, is Woonmaatjes , actief in Gelderland. Bij dit project is het de bedoeling dat studenten en ouderen -de twee meest eenzame leeftijdsgroepen, samen gaan wonen.

Eilandjes

Els Rietman weet allang hoe dit er in de praktijk aan toe gaat. “Het werkt voor geen meter. Ik ken zelf iemand die in zo’n flat gewoond heeft, maar het denken en het doen van de studenten is zo anders dan van de ouderen. De studenten kijken alleen maar naar hun eigen leven en genieten ondertussen van goedkope huisvesting. Investeren in de ouderen om hun heen doen ze niet. En afspraken die onderling gemaakt worden komen ze ook niet na. Daar hebben ze gewoon geen tijd voor.”

Wat bij de ene organisatie nog moet opbloeien, is bij de andere organisatie alweer uitgeleefd en bezweken. De tientallen organisaties vormen vele eilandjes op zich en onderling vindt er weinig tot geen overleg plaats. Ze zetten zich allemaal in voor hetzelfde doel, maar alleen kunnen ze het niet bekokstoven. Desondanks zijn er geen stappen gemaakt naar een algeheel samenwerkingsverband onder de vele zorginstellingen in de gemeente Gelderland. Organisaties zijn voor zichzelf bezig en tijd voor een beleid maken, is er niet. Beeuwkes: “We worden overspoeld door overlegvormen, maar juist daardoor kunnen we ons echte werk niet meer doen.” Voor de zorgorganisaties is het duidelijk dat er een algehele plan van aanpak gemaakt dient te worden. Wie dit gaat organiseren, blijft in het midden liggen. Problemen worden graag gedeeld, maar aan oplossingen denken is te weinig tijd en geld voor.

“Ik heb het te druk voor overleg.”

Langzaamaan loopt de bijeenkomst tot een eind. Er worden vijf grote vragen neergepend die kernachtig de basisproblemen van eenzaamheid omschrijven. Chris Moes neemt weer het woord en leest de conclusies voor. De aanwezigen knikken enthousiast om het feit dat ze samen tot het hart van het probleem zijn gekomen. Dan vraagt Moes wanneer ze weer met zijn allen samen kunnen komen om hier verder over door te praten, maar niemand reageert. Hij probeert het wat voorzichtiger: “is er nog een vergadering nodig?’ Hier wordt wel op gereageerd. “Misschien over een paar maanden weer, ik heb het momenteel te druk.” “We kunnen altijd gewoon even bij elkaar langskomen?”

Een volgende afspraak werd niet gepland. Deze vergadering is slechts een kleine afspiegeling van wat er tussen de grote instanties zich afspeelt. Er zijn zoveel ouderen die allemaal individuele zorg nodig hebben. De ouderen moeten in kaart worden gebracht, maar de zorgorganisaties net zo goed. De 65-plussers moeten elkaar opzoeken, maar de instanties idem dito. De zorgbehoevenden hebben hulp nodig, maar bovenal de zorgverleners. Er is nog een lange weg te gaan.

Deze publicatie is ondersteund met een bijdrage uit de Regeling Talentontwikkeling Onderzoeksjournalistiek van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten ([http://www.fondsbjp.nl)]www.fondsbjp.nl).

Geschreven door:

Eline Ammeraal en Fabiënne van Laar

Redactie Ede.nieuws.nl