
Zomaar een oproep in de krant. Of je Herenboer wilt worden. Hoezo kan dat dan zomaar? Ook als je geen land bezit? Ja, zeker!
Als je lid wordt van deze Stichting Herenboeren mag je na inleg van een eenmalig bedrag meepraten over wat er op de boerderij verbouwd gaat worden en welke dieren er zullen komen. Het wordt een gemengd bedrijf en de bedoeling dat er veel verschillende gewassen geplant worden. Dat er verantwoord wordt geboert zodat je uiteindelijk een eerlijk product op tafel krijgt. En wie wil dat nu niet. De opbrengst van het land van deze Herenboerderij en het vlees van de dieren, wordt aan de leden voor een kleine prijs verkocht. Een heel nieuwe aanpak dus. Maar is er vraag naar. We hebben al heel veel volkstuintjes. Daar wordt ook eerlijk geplant en geoogst. En de daktuinen in de grote steden en de hobbytuinen bij de buurthuizen met los lopende kippen. Allemaal super goede initiatieven die voor veel mensen de vreugde van zelf oogsten opleveren. Wat is dan het voordeel van dit idee. Is er ook voor de Herenboer de ruimte om zelf met de handen in de aarde te wroeten. De ultieme manier om zelf bezig te zijn met het eten van onbespoten groente en fruit.
Het beeld wat wij hebben van een Herenboer is dus heel iets anders
Vroeger hadden Herenboeren aanzien en inspraak in de burgerij. Ze stonden bekend als rijk. Met hun grote, goed ingerichte boerderijen met veel grond erom heen. Ze reden regelmatig uitgedost in prachtige kleding, zittend in hun rijkversierde koetsen door de omgeving. Het werk werd door de knechten gedaan. Zij hadden de regie. De knechten waren in loondienst en werkten zich een slag in de rondte voor een schamele beloning. Er zijn veel boeken geschreven over die tijd hoe dat allemaal in zijn werk ging. Ook zijn er verschillende film producties die het leven van de Herenboer en van de knechten laten zien. Het was niet allemaal zo geweldig. Er waren gezinnen waarvan elk lid voor de boer werkten. De vrouwen in de huishouding en de mannen, vrouwen en kinderen op het land. Zeker in de oogst tijd. Iedereen werd in gezet.
De meeste knechten hadden een groot gezin en niet alle boeren waren vrijgevig. Soms zelfs kwaadaardig. Zo’n verhaal was de verfilming van het boek Bartje. Een film over een schattig klein kereltje die met veel broertjes en zusjes als zoon van de knecht van een Herenboer in een huisje aan de rand van de akkers woonde. Moeder deed haar best om met het weinige geld rond te komen en zo gebeurde het dat er redelijk vaak dezelfde maaltijd op tafel kwam. En Bartje verafschuwde juist moeders keuze, bruine bonen. Het gelovige gezin bad altijd voor de maaltijd maar Bartje weigerde pertinent, als vader hem daarvoor niet zachtzinnig bij een van zijn oren vastgrijpt om hem zo te dwingen zijn gebedje op te zeggen roept het kereltje huilend: ”Ik bid nie veur brune bonn,”wat hem een fiks pakslaag op zijn billen oplevert. Maar ook een standbeeldje midden in Assen. Het symbool voor de tijden van armoede voor de boerenknechten/loonarbeiders.
Is de naam Herenboeren nu verkeerd gekozen
Uit het artikel in de krant blijkt dat een professionele, echte boer aan de slag gaat voor nu nog de stichting Herenboeren. Als alles rond is wordt het later een coöperatie met leden. Burgers die samen mede eigenaar worden van de Herenboerderij op fiets afstand van hun woning. Een lumineus idee dat al op een andere plaats in ons land uitgewerkt wordt. En zo blijkt met succes. Als nu honderdvijftig gezinnen zich aanmelden als lid, kan er gestart worden met het nieuw op te zetten Herenboerenbedrijf. Je wordt dan een Herenboer gelukkig wordt er niet van je verwacht dat je uitdost in mooie kleren een rondrit in je koets gaat maken, maar meedenkt in de uitvoering van het bedrijf. Ook een flinke uitdaging toch. Allemaal heel veel succes met jullie moestuintjes. Groots opgezet of kleinschalig. Ik hoop met jullie op een goede oogst.
Met vriendelijke groet juffrouw Raadgever