EDE (ANP) - Het Openbaar Ministerie heeft maandag een jaar
voorwaardelijke gevangenisstraf geëist tegen de 30-jarige Corné H. uit Ede. Hij
wordt verdacht van het gijzelen van medewerkers van de penitentiaire inrichting
in Vught, waar hij verbleef op de psychiatrische afdeling.
De gijzeling vond plaats op 5 december vorig jaar. H. zat in
Vught na een eerdere veroordeling voor de gijzeling van vier mensen in Café
Petticoat in Ede, in maart 2024. Volgens H. was de actie in de gevangenis
impulsief. Hij verblijft sinds een maand in een tbs-kliniek, in het kader van
de maatregel die hem in de zaak-Ede is opgelegd.
Behandeling niet doorkruisen
Het OM wil dat die tbs-maatregel wordt voortgezet en zag daarom
af van het opnieuw eisen van tbs. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou
volgens de officier van justitie de inmiddels ingezette behandeling doorkruisen
en daarmee het risico op herhaling vergroten. Een psycholoog die H. onderzocht,
schat dat risico hoog in. H. kampt al jaren met complexe psychiatrische
problematiek, deed meerdere suïcidepogingen en verwondde zichzelf meermaals. Op
zijn zestiende kwam hij voor het eerst in aanraking met politie en justitie.
‘Ware nachtmerrie’ voor personeel
Volgens de officier van justitie was de gijzeling voor het
personeel in Vught “een ware nachtmerrie”. H. hield drie medewerkers urenlang
vast in een kantoorruimte en bedreigde enkele anderen. Hij gebruikte daarbij
schilmesjes die hij op de afdeling had bemachtigd. Een politieonderhandelaar
wist hem uiteindelijk te bewegen zich over te geven, waarna de Dienst Speciale
Interventies hem aanhield.
Medewerkers spreken over gevolgen
Drie betrokken medewerkers maakten in de rechtszaal gebruik van
hun spreekrecht. Zij vertelden welke grote gevolgen de gijzeling voor hun leven
heeft gehad.
Advocaat: cliënt volledig ontoerekeningsvatbaar
Advocaat Petra Breukink stelt dat haar cliënt volledig
ontoerekeningsvatbaar is en moet worden ontslagen van rechtsvervolging. Volgens
haar was H. overmand en buiten zichzelf. De gijzeling noemde zij “een schreeuw
om hulp”.
Breukink stond in haar pleidooi uitvoerig stil bij de anderhalf
jaar die het duurde voordat H. in een tbs-kliniek kon worden geplaatst. H.
probeerde eerder tevergeefs via een kort geding tegen de Staat plaatsing af te
dwingen. Volgens de advocaat zouden de gebeurtenissen in de PI Vught zich niet
hebben voorgedaan als H. eerder een plek in een tbs-kliniek had gekregen. De
rechtbank doet uitspraak op 3 augustus.
Bron: ANP