EDE - De gemeente Ede wil minder afhankelijk worden van grote buitenlandse IT-bedrijven en meer regie nemen over haar data en digitale infrastructuur. Dat staat in de beleidsnotitie ‘Digitale autonomie en soevereiniteit’, die het college van B en W heeft vastgesteld.
“Digitalisering is onmisbaar voor onze dienstverlening,” zegt wethouder Karin Bijl (ICT & Informatieveiligheid). “Maar we zien ook dat afhankelijkheid van enkele grote techbedrijven risico’s met zich meebrengt. Denk aan privacy, continuïteit en grip op onze eigen gegevens. Daar willen we als gemeente bewuster op sturen.”
Minder afhankelijk
Net als veel andere gemeenten maakt Ede veel gebruik van IT-oplossingen van voornamelijk Amerikaanse leveranciers. Geopolitieke ontwikkelingen en buitenlandse wetgeving maken duidelijk dat dit kwetsbaarheden oplevert.
Daarom hanteert Ede voortaan als uitgangspunt dat gemeentelijke data zoveel mogelijk wordt opgeslagen en verwerkt binnen de Europese Unie en onder Europese regels valt. Zo houdt de gemeente meer grip op haar gegevens en kan zij beter zorgen voor privacy en continuïteit van de dienstverlening.
Stap voor stap
De gemeente kiest voor een zorgvuldige overgang. Bestaande systemen worden niet abrupt vervangen, maar bij natuurlijke momenten, zoals contractverlengingen, wordt gestuurd op meer digitale autonomie. Waar een volledig Europese oplossing nog niet haalbaar is, kan tijdelijk worden afgeweken.
Samen optrekken met andere gemeenten
Ede werkt hierbij samen met andere gemeenten via de VNG en landelijke initiatieven zoals ‘Common Ground’. Door gezamenlijk op te trekken kan de overheid meer invloed uitoefenen op de markt. “Digitale autonomie is geen technisch vraagstuk alleen,” besluit Bijl. “Het is een bestuurlijke keuze voor grip op data, bescherming van inwoners en voor een toekomstbestendige digitale overheid.”