Nieuwe DNA-resultaten tonen aan dat tussen begin oktober en
half november vorig jaar bij 72 van de 83 gemelde wolvenaanvallen op vee
daadwerkelijk een wolf betrokken was. In totaal kwamen bijna 200 dieren om het
leven, waaronder schapen, pony’s, damherten, moeflons, alpaca’s en een geit.
Wanneer landbouwhuisdieren vermoed worden te zijn gedood of
verwond door een wolf, wordt er DNA-materiaal veiliggesteld. Deze monsters
worden maandelijks geanalyseerd om te bevestigen of het DNA van een wolf
afkomstig is, zodat vastgesteld kan worden of de schade door wolven is
veroorzaakt.
Van 7 oktober tot en met 12 november vorig jaar ontving
BIJ12 in totaal 83 meldingen van mogelijke wolvenaanvallen. Uit het
DNA-onderzoek bleek dat in 72 gevallen de wolf daadwerkelijk de dader was.
Naast schapen werden ook zes alpaca’s, drie pony’s, vijf moeflons, acht
damherten en één geit gedood, waardoor in totaal 189 schapen het leven verloren
door wolvenbeten.
De aanvallen vonden plaats op diverse locaties in
Gelderland, waaronder Epe, Stroe, Heelsum, Kootwijkerbroek, Ermelo, Uddel,
Barneveld, Zwartebroek, Wekerom, Putten, Lunteren, Nijkerk, Harskamp, Vaassen,
Oosterbeek, Heerde, Emst, Voorthuizen, Otterlo, Vierhouten, Nunspeet,
Oosterwolde en Hulshorst.
Daarnaast wordt het DNA ook gebruikt om de specifieke wolf
aan te wijzen die verantwoordelijk is voor een aanval. Deze individu-bepaling
is belangrijk voor het in kaart brengen van de wolvenpopulatie in Nederland.
Later dit jaar wordt een jaarrapportage over 2025 gepubliceerd. Tijdens
dezelfde periode ontving BIJ12 ook 35 meldingen van mensen die een wolf hebben
gezien.
Namens de gezamenlijke provincies coördineert BIJ12 de
monitoring van de Nederlandse wolvenpopulatie en voert het de afhandeling van
wolvenschade op vee uit. En werken samen met deskundigen van het Wolvenmeldpunt
(monitoring), Wageningen Environmental Research (WENR), het CEwolf consortium
(DNA-analyses) en met wildschadetaxateurs.