Familie De Nooij: verf, ondernemerschap en kunst in Ede

12 aug , 11:09Kunst en Cultuur
Wie meer wil weten over de bijzondere geschiedenis van de familie De Nooij kan nog tot en met zondag 16 augustus terecht in Huis Kernhem. Daar is de tentoonstelling Meesterschilders in Ede: Pieter de Nooij te bezoeken.
Door René Hazeleger
De expositie brengt niet alleen het werk van de Edese kunstschilder Pieter de Nooij in beeld, maar vertelt ook het verhaal van een familie die jarenlang een belangrijke rol speelde in het lokale bedrijfsleven en maatschappelijk leven.
Voor veel oudere Edenaren is de naam De Nooij onlosmakelijk verbonden met verffabriek Macostan. De oorsprong van het familiebedrijf ligt echter al in 1879, toen huisschilder en meesterschilder Willem de Nooij het schildersbedrijf W. de Nooij & Zn. oprichtte. Zijn zoons Pieter, Zwerus en Ko zetten de ondernemersgeest van hun vader voort. In 1919 begonnen zij de verffabriek Macostan. De naam van het bedrijf was samengesteld uit de voornamen van hun echtgenotes.
Macostan vestigde zich aanvankelijk aan de Grotestraat. Toen het bedrijf daar uit zijn jasje groeide, werd uitgeweken naar het nieuwe industrieterrein Frankeneng I. Daar verrees een moderne fabriek, die op 1 maart 1965 officieel werd geopend door burgemeester dr. P.J. Platteel. Bij de nieuwbouw was onder meer veel aandacht voor de laboratoria, waar verfproducten voor uiteenlopende en specifieke toepassingen werden ontwikkeld.
De invloed van de familie De Nooij reikte verder dan de fabriek en het schildersbedrijf. Verschillende familieleden waren actief binnen het kerkelijk leven en het verenigingsleven in Ede. Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde de familie een belangrijke rol in het verzet. In enkele ruimtes van de verffabriek werden voedselpakketten samengesteld. Deze werden, soms buiten de officiële kanalen om, naar krijgsgevangen officieren, politieke gevangenen en gijzelaars uit Ede gestuurd.
Ook bood de familie onderdak aan mensen die uit handen van de bezetter moesten blijven. Zo vond generaal Hackett tijdens de oorlog een schuilplaats bij de drie zussen van Pieter de Nooij aan de Torenstraat 5. Even verderop, bij de weduwe van Pieter de Nooij, zat brigadegeneraal Lathbury ondergedoken.
De oudste zoon van Willem, Pieter de Nooij (1883-1934), had naast zijn werkzaamheden als ondernemer nog een andere passie: schilderkunst. Hij ontwikkelde zich tot kunstschilder en legde verschillende plekken in Ede op doek vast. Een aantal van deze schilderijen is nu in Huis Kernhem te bewonderen. Daarnaast zijn er werken te zien van zijn vader Willem en andere familieleden.
Een belangrijk deel van het materiaal kwam tevoorschijn dankzij de speurtocht van achterkleinzoon Theo de Nooij. Hij bracht schilderijen, documenten en allerlei persoonlijke en zakelijke voorwerpen van de familie bijeen. Samen geven deze objecten een veelzijdig beeld van de familiegeschiedenis en van een tijd waarin ondernemerschap, kunst, maatschappelijke betrokkenheid en familie sterk met elkaar verweven waren.
De tentoonstelling laat daarmee op een bijzondere manier zien hoe groot de betekenis van één Edese familie voor de stad is geweest. En één ding wordt tijdens een bezoek aan Huis Kernhem al snel duidelijk: bij de familie De Nooij zat de liefde voor verf diep in de genen.
Deze expositie is een gezamenlijk initiatief van het Gemeente Archief Ede en de familie De Nooij.
Gemeentearchivaris van Ede en Scherpenzeel Rob Urban vertelt in deze video meer over het tot stand komen van deze expositie: 
loading

Loading articles...

Loading