Wie meer wil weten over de bijzondere geschiedenis van de
familie De Nooij kan nog tot en met zondag 16 augustus terecht in Huis Kernhem.
Daar is de tentoonstelling Meesterschilders in Ede: Pieter de Nooij te
bezoeken.
Door René Hazeleger
De expositie brengt niet alleen het werk van de Edese
kunstschilder Pieter de Nooij in beeld, maar vertelt ook het verhaal van een
familie die jarenlang een belangrijke rol speelde in het lokale bedrijfsleven
en maatschappelijk leven.
Voor veel oudere Edenaren is de naam De Nooij onlosmakelijk
verbonden met verffabriek Macostan. De oorsprong van het familiebedrijf ligt
echter al in 1879, toen huisschilder en meesterschilder Willem de Nooij het
schildersbedrijf W. de Nooij & Zn. oprichtte. Zijn zoons Pieter, Zwerus en
Ko zetten de ondernemersgeest van hun vader voort. In 1919 begonnen zij de
verffabriek Macostan. De naam van het bedrijf was samengesteld uit de voornamen
van hun echtgenotes.
Macostan vestigde zich aanvankelijk aan de Grotestraat. Toen
het bedrijf daar uit zijn jasje groeide, werd uitgeweken naar het nieuwe
industrieterrein Frankeneng I. Daar verrees een moderne fabriek, die op 1 maart
1965 officieel werd geopend door burgemeester dr. P.J. Platteel. Bij de
nieuwbouw was onder meer veel aandacht voor de laboratoria, waar verfproducten
voor uiteenlopende en specifieke toepassingen werden ontwikkeld.
De invloed van de familie De Nooij reikte verder dan de
fabriek en het schildersbedrijf. Verschillende familieleden waren actief binnen
het kerkelijk leven en het verenigingsleven in Ede. Ook tijdens de Tweede
Wereldoorlog speelde de familie een belangrijke rol in het verzet. In enkele
ruimtes van de verffabriek werden voedselpakketten samengesteld. Deze werden,
soms buiten de officiële kanalen om, naar krijgsgevangen officieren, politieke
gevangenen en gijzelaars uit Ede gestuurd.
Ook bood de familie onderdak aan mensen die uit handen van
de bezetter moesten blijven. Zo vond generaal Hackett tijdens de oorlog een
schuilplaats bij de drie zussen van Pieter de Nooij aan de Torenstraat 5. Even
verderop, bij de weduwe van Pieter de Nooij, zat brigadegeneraal Lathbury
ondergedoken.
De oudste zoon van Willem, Pieter de Nooij (1883-1934), had
naast zijn werkzaamheden als ondernemer nog een andere passie: schilderkunst.
Hij ontwikkelde zich tot kunstschilder en legde verschillende plekken in Ede op
doek vast. Een aantal van deze schilderijen is nu in Huis Kernhem te
bewonderen. Daarnaast zijn er werken te zien van zijn vader Willem en andere
familieleden.
Een belangrijk deel van het materiaal kwam tevoorschijn
dankzij de speurtocht van achterkleinzoon Theo de Nooij. Hij bracht
schilderijen, documenten en allerlei persoonlijke en zakelijke voorwerpen van
de familie bijeen. Samen geven deze objecten een veelzijdig beeld van de
familiegeschiedenis en van een tijd waarin ondernemerschap, kunst,
maatschappelijke betrokkenheid en familie sterk met elkaar verweven waren.
De tentoonstelling laat daarmee op een bijzondere manier
zien hoe groot de betekenis van één Edese familie voor de stad is geweest. En
één ding wordt tijdens een bezoek aan Huis Kernhem al snel duidelijk: bij de
familie De Nooij zat de liefde voor verf diep in de genen.
Deze expositie is een gezamenlijk initiatief van het
Gemeente Archief Ede en de familie De Nooij.
Gemeentearchivaris van Ede en Scherpenzeel Rob Urban vertelt
in deze video meer over het tot stand komen van deze expositie: