Stom verbaasd had ze van de één naar de ander gekeken, vertelde ze me laatst. Gezellig, had ze gedacht, toen ze besloten eens met de trein te reizen.
In plaats van voor Moederdag een cadeautje te kopen had haar zoon bedacht samen te gaan lunchen in een klein restaurantje ergens in de naburige Stad. Vol verwachting had ze zich die morgen met extra zorg opgemaakt. Ze zou er voor zorgen dat haar jongste zoon trots op haar kon zijn. En zo kwam het dat ze in een overvolle coupé van een trein zaten. Overal jongelui die met een speciale Openbaar Vervoer chipkaart reizen. Omdat zij nooit met de trein reist moesten zij in een automaat een traject in toetsen en met de pinpas betalen. “Een heel gedoe als je het niet gewend bent” verzuchtte ze. Vroeger kon je aan een loket je kaartje kopen. Veel gemakkelijker. Maar daar is niet iedereen het mee eens. Over dat veel gemakkelijker dan. Het had niet veel gescheeld of het was helemaal verkeerd gegaan en hadden ze een enkeltje genomen in plaats van een retour. Gelukkig meldde het apparaat dat ze de gegevens nog even na moesten checken om vervolgens op een knop te drukken om het kaartje definitief te maken. De zenuwen had ze ervan gekregen. Haar zoon had wat meer ervaring en ze had maar een stap achteruit gedaan. Helemaal tegen haar zin. Niks hulp nodig, nooit niet. Maar deze keer toch echt wel. Haar zoon had alleen maar gezegd. “Je moet lezen Ma. En doen wat hij vraagt. Kijk zo. En in een paar seconden stond hij met het goede kaartjes voor haar ogen te wapperen.
Tijden veranderen en ook de taal
Vroeger ging ze dagelijks met de trein. Eerst voor haar studie en later naar het werk. Nu leek de sfeer heel anders. Ze had zitten luisteren naar het gebabbel om haar heen. Het viel haar op dat ze van het gesprek naast haar niets snapte. Hoe ze ook haar best deed ze kreeg niet mee waar het gesprek over ging. Allemaal voor haar onbekende woorden. Welke taal spraken die jongelui? Ze had haar zoon vragend aan gekeken en zachtjes gevraagd of hij er ook niets van verstond. Als antwoord had hij met zijn hoofd geschud en zijn vinger over de mond gelegd als teken er nu niet op in te willen gaan. Nou gezellig was dat. Toen ze later samen uitgestapt waren had hij lachend gezegd: ”Luister ik zal het je vertalen wat ze zeiden. Er worden tegenwoordig heel veel Engelse woorden gebruikt en daar tussendoor de straattaal die zo langzamerhand bij de jongeren ingeburgerd raakt”. Legt hij uit. “Vooral in de steden. Elke stad heeft ook nog eens weer zijn eigen woorden. Net zo als jouw dialect maar dan anders. Dat was echte straattaal en ik moest er ook goed naar luisteren anders krijg ik het ook niet mee”. Ze haalt een papiertje uit haar tas. Daarop had ze alles keurig opgeschreven. De ene jongen vroeg de andere of hij hem wil joinen, dat is, om met hem mee te gaan, naar Agga, Amersfoort. Ze zouden de Trinnoe, dat is de trein, van halfzeven nemen. Ze kunnen met de OV reizen dus welloe, dat betekent niks, geen gedoe. Zijn nifo, neef, komt ook. Hij heeft goedkope tabacca’s, dat zijn sigaretten. Dat komt hem goed uit want hij is skeer, hij heeft geen geld. En het is geen f2, f2 betekent grapje. Dan regelen ze op een terrasje een Soppie, dat is drinken.”
Ze keek me triomfantelijk aan. Nee, aan haar was die taal niet besteed. Dat kon ze nooit onthouden. En het leukste kwam nog. Ze draaide het papiertje om en verteld verder. Ineens had een van de jongens zoekend om zich heen gekeken en gevraagd: “waar is nou mijn Plangas, straks heb ik een knal van een zjnoen.” Raden wat hij bedoelde” vroeg ze lachend. Ze geeft me even de tijd om na te denken. Als ik mijn schouders ophaal ten teken dat ik het niet weet verklaard ze lachend: “Hij was zijn zonnebril kwijt en bang voor een knallende hoofdpijn”. Tijdens de lunch hadden ze de gekste woorden verzonnen voor de meest gewone dingen. Hilarisch. Als afscheid had hij haar een knuffel gegeven en gezegd dat haar dialect voor hem wel zo vertrouwd was. Met een “laterZ” wat doei betekend, hebben wij afscheid genomen. O,ja tatta’s, zijn Hollanders.
Met vriendelijke groet juffrouw Raadgever