De wolvin en haar rol als roofdier

Foto: ARK Natuurontwikkeling & WUR

De wolf is terug op de Veluwe. Op de Midden Veluwe leeft al ruim anderhalf jaar een wolvin.

Door Boswachter Laurens Jansen   Boswachtersblog.nl

De wolf is terug op de Veluwe. Op de Midden Veluwe leeft al ruim anderhalf jaar een wolvin. Ze heeft als toppredator en aasleverancier een grote invloed op dit gebied. Unieke camerabeelden laten zien wat haar plek is in het natuurlijk systeem. Ze blijkt ook een aaseter.

Als boswachters leren we elke keer meer over de wolf. In dit blog neem ik u mee in het onderzoek naar kadavers in de natuur.

De wolvin van de Midden Veluwe
Begin 2019 wordt na een half jaar DNA sporenonderzoek de definitieve vestiging van een wolvin op de Midden Veluwe vastgesteld. Er breekt een bijzondere tijd aan in ons werkgebied en de wolvin met codenaam GW960f blijkt een uitzonderlijk dier te zijn. Het dier laat zich weinig zien. Wel wordt ze met regelmaat vastgelegd op en cameraval.

Begin 2019 wordt voor het eerst na ongeveer 140 jaar een prooi gevonden die door een wolf is gedood. Het gaat om een jong edelhert. Het dier is met een karakteristieke keelbeet om het leven gebracht. Het is bijzonder dat de wolvin in staat is in haar eentje een prooi van dit formaat te doden.

Een wolf eet per dag 3 tot 4 kilo vlees, merg en organen zoals hart en longen. Het dier jaagt op de Veluwe vooral op grote hoefdieren, zoals ree, wild zwijn en edelhert. Om de 3 à 4 dagen doodt de wolf een dier om te kunnen eten en speelt daardoor een grote rol als aasleverancier in de natuur.

Onderzoek levert bijzondere beelden op
Op de Midden Veluwe wordt door de Wageningen University & Research en ARK Natuurontwikkeling onderzoek gedaan naar het belang van dode dieren in de natuur. Tijdens dit onderzoek zijn unieke camerabeelden gemaakt bij het kadaver van een, in het verkeer omgekomen, edelhert.

Op de beelden van een wildcamera is te zien hoe verschillende aaseters zoals raven en een vos zich te goed doen aan het kadaver.

Uniek is het beeld waarin een mannelijk wild zwijn van het kadaver eet en de wolf netjes op zijn beurt wacht. Ondanks dat de wolf boven aan de voedselpiramide staat is zijn rol in deze situatie anders. Hier is namelijk goed te zien dat er ook tussen aaseters onderling een hiërarchie bestaat, waarbij iedere soort zijn eigen plek kent.
Bekijk hieronder het filmpje met een compilatie van de beelden.

https://www.youtube.com/watch?time_continue=138&v=BH7E4zz0xvA&feature=emb_logo

Dood doet leven
Doden dieren spelen een belangrijke rol in de Nederlandse natuur. De dood van het ene dier, betekent leven voor een ander. Sinds de aanwezigheid van de wolvin op de Midden Veluwe liggen er meer kadavers in ons terrein dan voorheen. Op de Veluwe worden kadavers gegeten door aaseters zoals wilde zwijnen, vossen, dassen en raven. Maar ook kleine insecten zoals aaskevers en vliegen. Ook aangereden reeën, edelherten en wilde zwijnen worden teruggegeven aan de natuur.

De zware botten van deze hoefdieren vormen op de arme zandgrond van de Veluwe decennia lang een bron van mineralen voor heel veel dieren. Dode dieren zijn daarom een onmiskenbare schakel in de Nederlandse natuur.

Verspreiding van voedingsstoffen
De rol van de wolf als aasleverancier en aaseter kan ook invloed hebben op natuurlijke processen, zoals de kringloop van voedingsstoffen. Dit wordt onderzocht in het promotieonderzoek van Elke Wenting (Wageningen University & Research).
Het idee is dat aaseters de voedingsstoffen die liggen opgeslagen in de lichamen van dode dieren verspreiden over grotere gebieden. Als wolven prooiresten achterlaten, krijgen aaseters gemakkelijk toegang tot anders moeilijk toegankelijke organen. Wanneer zij de buikholte van een dood dier niet op tijd open krijgen, bestaat de kans dat door micro-organismen, zoals bacteriën, de ingewanden zijn bedorven en veel aaseters het niet meer lusten.

Zulke “bedorven” kadaverresten worden vervolgens heel langzaam afgebroken. De voedingsstoffen die in deze resten liggen opgeslagen, lekken dan zeer lokaal de bodem in. Zo ontstaat de kans dat deze uitspoelen naar diepere lagen in de bodem. Planten kunnen er dan niet meer bij. Als deze voedingsstoffen wél worden verspreid door aaseters, komen deze in kleinere hoeveelheden beschikbaar voor planten, waardoor er minder zal uitspoelen. Dit maakt de natuur veerkrachtiger.

Kortom: de wolf kan, zowel als aasleverancier als aaseter, niet alleen bijdragen aan een completere soortenrijkdom door het faciliteren van aaseters, maar ook aan een veerkrachtiger en robuuster ecosysteem. De komende jaren zal blijken of dit idee klopt.

 

Reacties

X

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief
Aanmelden